Vlees eten is een aangeleerde gewoonte. Mijn ouders aten vlees, dus ik ook. Mama maakte het klaar en als flink kind slikte ik het, samen met die vieze broccoli, door. Zoals vele kinderen, gingen we geregeld naar de plaatselijke kinderboerderij en speelde ik met de schattige konijntjes en geitjes, zonder een direct verband te zien met het vlees op mijn bord. Het familiebezoek naar het slachthuis stond daarbij niet in de agenda. Ik at vlees zoals iedereen en stelde dit amper in vraag want de grote mensen weten wel beter dan ik. Nadat ik meer wist over hoe vlees op mijn bord kwam, was het voor mij nog steeds een noodzakelijk kwaad en daarmee was de kous af.
Tien jaar geleden, besliste mama om vegetariër te worden. Hierdoor aten we thuis enkel vlees als mijn papa erbij was. Dit vond ik heel handig, aangezien ik die taaie biefstuk en kotelet niet lustte en ik zo de keuze had om geen vlees te eten als ik het niet lekker vond. De vegetariërskaart speelde ik als buitenshuis vis of vlees werd opgediend dat ik niet graag at, zonder na te denken over het ethisch aspect.

Toen ik op kot ging en zelf mijn inkopen deed werd ik mij bewuster van mijn keuzes. Ik zag op het internet beelden van de leefomstandigheden van de dieren en was vastberaden om nog minder vlees te eten. Een grote hulp hierbij was de Veganchallenge van april, een uitdaging om 30 dagen plantaardig te eten. Hierbij krijg je dagelijkse tips, kan je terecht bij een facebookgroep voor steun en krijg je uitnodigingen naar samenkomsten waar je andere veganisten kan leren kennen.

Door de Veganchallenge zag ik dat er enorm veel veganisten zijn. Dit gaf mij het laatste duwtje in de rug om ook voor deze levensstijl te kiezen. Het is echter jammer dat ik dit laatste duwtje nodig had. Ik vond het nodig om veganisme eerst te zien als normaal, vooraleer ik er volledig voor kon gaan. Ook al vinden veel mensen veganisme extreem en ongezond, ik zie dat meer en meer mensen kiezen voor deze levensstijl en dus durf ik ook de stap te zetten.

Het is niet omdat ik vlees kan eten, dat ik vlees moet eten. Ik vraag me af hoeveel gewoontes ik onveranderd laat, puur en alleen omdat ik ze niet eens opmerk of geen alternatief zie. Daarom wil ik mijn redenering over vlees, uitproberen op andere gebieden in mijn leven. Er zijn namelijk veel zaken die ik associeer met normaal zijn en die ik dus zie als noodzakelijk of zelfs als een verplichting.

Hierdoor kan ik mijn hele leven in vraag stellen en als ik ergens voor kies, kan ik dat doen omdat ik dat wil. Hoe simpel het ook kan lijken, voelt het als een grote opluchting en erg bevrijdend.

Ik kies om plantaardig te eten, omdat ik dat wil.

Met deze redenering wil ik ervoor zorgen dat als ik kies voor iets, dat ik dat doe omdat ik het wil en niet omdat het moet of omdat het normaal is. Met deze redenering wil ik proberen bewuster te leven en bewust ja zeggen als ik dat wil.

Advertenties